Mensen die slechtziend of blind zijn, krijgen regelmatig te maken met vooroordelen. Die zijn lang niet altijd kwaad bedoeld, maar kunnen wel grote invloed hebben op hoe iemand zich voelt en welke kansen hij of zij krijgt. Tijdens de themamiddag op 13 april vertelde Wil van Eekeren, zelf slechtziend, zijn persoonlijke verhaal aan zo’n vijftien belangstellenden. Zijn ervaringen laten zien hoe hardnekkig vooroordelen kunnen zijn. Én hoe vroeg ze beginnen.
Al in zijn jeugd kreeg Wil te maken met goedbedoelde, maar beperkende verwachtingen. Zijn ouders moedigden hem niet aan om te sporten. Ze dachten dat hij daar toch niet goed genoeg voor zou zien en wilden teleurstelling voorkomen. Achteraf denkt Wil dat juist aanmoediging hem had geholpen zich te ontwikkelen. Er zijn immers genoeg sporten waarin mensen met een beperking kunnen uitblinken, kijk maar naar de Paralympische Spelen!
Vooroordelen op school, in werk én het dagelijks leven
Ook in opleiding en werk kunnen vooroordelen een rol spelen. Tijdens zijn lagere en middelbare school op speciaal onderwijs voor slechtzienden werd Wil bijvoorbeeld niet gestimuleerd om gewone boeken te lezen, maar moest hij persé braille leren. Ook toen bleek dat hij dat brailleschrift eigenlijk meer las met zijn ogen, dan met zijn vingertoppen. Pas na zijn negentiende heeft hij nog regulier onderwijs gevolgd, toen het hem lukte om duidelijk te maken dat hij daar (nog) voldoende voor zag.
Daarna(ast) hebben vooroordelen gevolgen voor je loopbaan. Want met een visuele beperking maak je vaak minder kans bij sollicitaties. Werkgevers denken bijvoorbeeld dat je trager of onhandig bent, terwijl dat lang niet altijd klopt.
Zelfs in het dagelijks leven ervaart Wil goedbedoelde, maar ongemakkelijke situaties. Zo werd hij ooit stevig bij de arm gepakt om hem door het verkeer te begeleiden, terwijl hij normaal zelfstandig fietst. Zulke hulp kan betuttelend overkomen en laat zien hoe snel mensen aannames doen.
Kijk naar capaciteiten, niet naar beperkingen
Wil’s belangrijke boodschap was dan ook: mensen met een visuele beperking zijn niet per definitie afhankelijk, onhandig of beperkt in hun mogelijkheden. Vaak kunnen ze net zoveel als anderen, soms alleen op een andere manier of in een ander tempo. Je moet mensen daarom op hun individuele capaciteiten beoordelen, niet op hun beperking.
Een muzikaal slot
De bijeenkomst eindigde muzikaal. Wil vertelde dat hij veel muzieklessen heeft gehad vanuit het idee dat je als slechtziende automatisch beter hoort of talent hebt voor muziek. Maar: “Een beperking op het ene vlak betekent niet automatisch talent op een ander vlak”, aldus Wil. Wel is hij – mede door de vele lessen – het zingen gaan waarderen. Hij sloot daarom af met een optreden waarin hij onder meer liedjes van Ede Staal zong.
Wij kijken terug op een inspirerende themamiddag, met ruimte voor herkenning en gesprek én voor een aandachtspunt voor ons allemaal: achter elke beperking schuilt een uniek verhaal, dat niet past in een algemene aanname.
Bekijk hier de informatieflyer voor deze themamiddag